Belang

De collectie Michotte is belangrijk omwille van het grote aantal unieke stukken die boeiende informatie bevatten over de toenmalige uitvoeringspraktijk.

Het topstuk uit de collectie is de indrukwekkende autograaf van de opera ‘Matilde di Shabran’. Dit is niet alleen de enige autograaf in België van de nagenoeg volledige Rossini-opera, maar wat veel belangrijker is, is dat deze opera, ondanks het eerder zwakke libretto, een niet onbelangrijke evolutie in het opera-oeuvre van Rossini aantoont.

Banda voor de finale van het 2e bedrijf van ‘Zelmira’, autografische partituur. FEM-068.     ‘Mi langerò tacendo’ of ‘Ik zal in stilte klagen’. Eén van de vele versies die Rossini componeerde op de tekst van Metastasio (1698-1782). In de eerste bundel van de ‘Péchés de vieillesse’ uit 1857 schrijft Rossini zes verschillende liederen op die ene tekst. Daarnaast componeert hij nog andere zettingen. Deze autografische schets bevat enkel de zangstem en de baslijn. Correcties zijn er nauwelijks en het geeft de indruk dat Rossini bijzonder vlot kon neerschrijven. FEM-077.

Onder de muziekhandschriften met muziek van Rossini zijn de autografen van groot belang. Ze bevatten nl. variaties, versieringen of cadenza’s die Rossini zelf genoteerd heeft. Ze geven ons een idee van de esthetiek die Rossini voor ogen had. Niet alleen componisten noteerden hun cadenza’s, ook uitvoerders. De collectie bevat een klein notitieboekje dat toegeschreven wordt aan Isabelle Colbran. Daarin staat o.m. een variatie voor de aria ‘Ah quel giorno’ van Arsace uit ‘Semiramide’.

Fragment van een autograaf met meerdere variaties en cadenza’s, o.m. voor ‘Il Barbiere di Siviglia’ en ‘Cenerentola’. FEM-045.     Rossini’s metronoomaanwijzingen voor ‘La petite messe solennelle’, autograaf. FEM-058.

Het ‘Répertoire de la Colbran’ vormt een interessante deelcollectie van de verzameling Michotte. De ongeveer 150 handschriften geven een duidelijk beeld van het repertoire van de prima donna, zowel van haar technische mogelijkheden, maar evenzeer van de esthetiek van het belcanto uit de late 18e en vroege 19e eeuw.

In Colbrans repertoire is maar één autograaf aanwezig, nl. de aria ‘Dove son io’ uit ‘Ginevra di Scozia’ van Simon Mayr (1736-1845).

Spaanse canzona van Federico Moretti (ca. 1765-1838) over ‘Liefde en vriendschap’, begeleid door gitaar of piano. De pagina vermeldt dat dit lied geschreven is ‘voor het gebruik door Colbran’. B-Bc 12347.     Variaties van Consalvo, geschreven voor La Colbran. B-Bc 12375.

‘Mademoiselle Colbran’, gravure door C. Carloni. FEM-194.

‘Dove son io’, titelblad en pagina van de autografische partituur van Simon Mayr. B-Bc 12346.     ‘Dove son io’, titelblad en pagina van de autografische partituur van Simon Mayr. B-Bc 12346.

De verzameling Michotte bevat ook een aantal unieke stukken die getuigen van Rossini’s verblijf in Parijs en over de perceptie van de Italiaanse componist.

Rossini en zijn echtgenote Olympe Pélissier organiseerden ‘Soirées musicales’, legendarische huisconcerten, die voor een select publiek van genodigden toegankelijk waren. De collectie Rossini bewaart enkele unieke exemplaren van de concertprogramma’s.

Van Rossini is bekend dat hij jonge, talentvolle componisten steunde om hen de nodige kansen te geven. Een mooie getuigenis hiervan is Bellini’s dasspeld. De overlevering vertelt dat de nog jonge Vincenzo Bellini (1801-1835) op zijn sterfbed deze gouden speld aan Rossini gegeven heeft om zijn dankbaarheid te tonen.

Programma van de tweede uitvoering van de toen nog niet uitgegeven ‘Petite messe solennelle’ op 24 april 1865. FEM-088.     Concertprogramma in het handschrift van Rossini voor een concert op Goede Vrijdag van 1863. Rossini vermeldt de uitvoerders en programmeert een paar stukken van Haydn en Pergolesi maar geeft aan zijn muziek een duidelijke voorkeur. FEM-085.

Olympe Pélissiers persoonlijke exemplaar van Rossini’s ‘Stabat mater’. Fluwelen boekband met reliëf- en goudstempeling en met de initialen van de eigenares. B-Bc 23743.     Dasspeld die Vincenzo Bellini in 1835 op zijn sterfbed uit dankbaarheid aan Rossini geschonken heeft. FEM-852.

De collectie bevat naast onderscheidingen ook heel wat lofdichten op de Italiaanse maestro en ook heel wat publicaties, met een opdracht aan Rossini. Deze stukken tonen aan dat de Italiaanse componist nog lang niet vergeten was.

‘Le 29 février’, compositie van Nadaud opgedragen aan Rossini voor zijn 18e verjaardag. Het is bekend dat Rossini zelf heel wat grapjes maakte over het feit dat hij in een schrikkeljaar geboren was. Zijn ‘18e verjaardag’ was in 1864. FEM-606.

Luigi Dasti schreef een toneelstuk over celebrity Rossini, Milaan 1863. FEM-833.     Luigi Dasti schreef een toneelstuk over celebrity Rossini, Milaan 1863. FEM-833.

Het meest indrukwekkende iconografische stuk is het portret in olieverf van Rossini door Tito Marzocchi de Bellucci (1801-1871). Daarnaast is Rossini ook vereeuwigd in een niet onaardig aantal gravures en litho’s. Op latere leeftijd liet Rossini zich fotograferen door bekende fotografen van zijn tijd, zoals Nadar (1820-1910) en Numa Blanc (1816-1897). Vermeldenswaard zijn ook de karikaturen van Rossini die in Parijse publicaties verschenen.

Karikatuur die een lijvige Rossini voorstelt met onder de arm een dik pak rentes. Uit zijn linkerzak steekt een stuk papier met ‘musique facile’. Achter hem staat de opera op instorten. Er bovenop zit een impresario die wanhopig is omdat hij geen nieuwe Rossini-opera’s meer kan aanbieden aan het drukke publiek beneden. Het spotvers onder de tekening looft de componist, maar verwijt hem ook zijn nietsdoen: ‘Uitzonderlijk en vruchtbaar genie met grote bekendheid. Onder allen schittert Rossini op het hoogste niveau. Vandaag de dag verwijt de kritiek hem maar één fout, namelijk van niets meer te doen’. Deze litho van Benjamin verscheen in ‘Charivari’ in 1839, tien jaar na Rossini’s laatste opera. De prent heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het ‘luie imago’ dat de Italiaanse componist ten onrechte gekregen heeft. FEM-911.     Portret van Rossini door Tito Marzocchi de Bellucci (1801-1871). Vermoedelijk is schilderij  gebaseerd op het portret door Pietro Bettelli uit 1808.