Joannes van Sambeeck (1601-1666) was als missionaris actief in Harderwijk. Daar werd zijn leven bemoeilijkt door zowel de protestantse regering als de calvinistische bevolking. Rond 1650 schreef hij dit ‘jubileumgedicht’, een boekje met symbolische illustraties, gedichten en liederen. De liederen kunnen op bekende melodieën worden gezongen, wat we ‘contrafactum’ noemen. Dit zorgt ervoor dat iedereen snel mee kan zingen, zelfs degenen die geen muzieknotatie kunnen lezen.
Het boekje zou in Antwerpen zijn gedrukt, maar dat is een vals adres: Philips van Eyck werkte in Amsterdam. Het drukken van katholiek materiaal was in de Republiek niet toegestaan. Daarom deed hij alsof het boekje in Antwerpen was gedrukt. Zo kon de regering de schijn ophouden zonder dat er geld naar de oppositie vloeide. Lezers wisten meteen dat het een katholiek boek was. Elke geloofsgemeenschap kon haar geestelijk welzijn beschermen door niet per ongeluk het ‘verkeerde’ boek te kopen.