Jop Pollmann
Jop Pollmann (1902-1972) was een Nederlandse letterkundige en volkslieddeskundige. Het ‘herstel van de Nederlandse volkszang’ zag hij als zijn missie, het was zijn levenswerk.
Pollmann kwam al vroeg in aanraking met het volkslied: eerst in de jaren die hij doorbracht in de katholieke jeugdbeweging, later tijdens zijn studies aan de jonge katholieke universiteit Nijmegen (gesticht in 1923). Al liep hij niet al te hoog op met de volks- en studentenliederen waarmee hij in aanraking kwam, hij hield er wel een grote passie voor de volksliedcultuur aan over.
Ons eigen volkslied
Zijn proefschrift ‘Ons Eigen Volkslied’ uit 1935 kan gezien worden als de start van zijn levenswerk: het herstel van het ‘goede’ Nederlandse volkslied binnen het kader van de heropleving van de gehele volkscultuur.
Pollmann besteedde in zijn proefschrift ook ruime aandacht aan het ‘verval’ van het Nederlandse volkslied. Onder de ‘boosdoeners’ rekende hij onder meer de rederijkerij en het calvinisme. Het hoogtepunt van het volkslied situeerde hij tussen 1350 en 1550.
Muzikaal activisme
Pollmann publiceerde niet alleen over de volksliedcultuur, hij gaf ook lezingen en promootte actief het zingen van volksliederen. Het zingen was voor hem geen doel op zich, wel zag hij het als een middel om mensen gelukkiger te maken. Om het ‘herstel’ van het ‘goede Nederlandse volkslied’ te verwezenlijken werkte hij lange tijd samen met Piet Tiggers (1891-1968), die zich vanuit de socialistische jeugdbeweging inzette voor de actieve volkszang.
Tiggers en Pollmann publiceerden samen verschillende bundels met volksmuziek en volksliederen en in de jaren vijftig gingen ze samen de boer op om de volkszang te promoten in Nederland.
In het Meertens Instituut van Amsterdam, waar het persoonlijk archief van Pollmann bewaard wordt, bevindt zich een bijzonder leuk boekje waarin Pollmann een soort agenda bijhield van van de cursussen die hij samen met Tiggers en enkele medestanders gaf in 'kweekscholen'. Het oordeel van Pollmann is vaak erg streng en behoorlijk streng maar zijn bezorgdheid om de zieke Piet Tiggers toont ook hoe hecht de vriendschap tussen beide heren was.